Peuteronderwijs middel of doel en voor wie dan

6 december 2017

In het NRC van 5 dec. jl. stond op de voorpagina: ‘Eén school voor alle peuters’. Dit artikel schept een diffuus beeld over doelen en middelen. Het doel zou moeten zijn om alle peuters samen een voorschools programma aan te bieden, of ze nou wel of niet een achterstand hebben. Het doel van een voorschools programma is nadrukkelijk niet het voorkomen van segregatie maar een aanbod voor alle peuters die daar – volgens vele onderzoeken – voor hun ontwikkeling allemaal bij gebaat zijn Zie ook het aangehaalde SER rapport. Daarbij moet een vorm worden gekozen die niet tot segregatie leidt.  Peuteronderwijs is niet het goede middel om segregatie tegen te gaan.

Genoemde doelen en middelen worden duidelijker als de achterliggende belangen helder zijn. De grote steden starten een begrijpelijke lobby om de beoogde bezuinigingen op het achterstandenbeleid tegen te gaan. Zij moeten bezuinigen volgens de plannen van het ministerie. De Onderwijsraad koerst op het samenvoegen van budgetten van verschillende ministeries ten behoeve van het onderwijs. De regie over het voorschoolse aanbod ziet men graag binnen de eigen kring, het primaire onderwijs. Stellingnames die hun oorsprong vinden in financiële en politieke motieven, niets anders. Het gevaar van deze koers is dat het eigenlijke doel, een optimale ontwikkeling van kinderen, een afgeleide discussie wordt en ‘alle peuters naar school’ als oplossing uit de bus komt waarbij het gevaar van segregatie wordt gebruikt om de lobby kracht bij te zetten.

Op veel plaatsen ontstaan kindcentra waarbij kinderopvang en lagere scholen, samen met andere (zorg)partners een aanbod creëren waarbij de ontwikkeling van kinderen centraal staat. Door de wet harmonisatie is het aanbod van peuterspeelzalen vaak al geïntegreerd met de kinderopvang en gemeentes subsidiëren op veel plaatsen zowel reguliere opvang als het zogenaamde VVE aanbod voor geïndiceerde kinderen. Lokaal maatwerk zonder segregatie waarbij pedagogische medewerkers en leerkrachten samenwerken en regie op basis van kennis en vakmanschap wordt ingevuld.

Deze ontwikkelingen lopen lichtjaren vooruit op de Haagse politieke en financiële discussies. Als we iets voor kinderen willen bereiken is de plaats, de regie en de vorm van het voorschoolse aanbod ondergeschikt aan het inhoudelijke doel. Dat inhoudelijke doel wordt bereikt door lokale samenwerking tussen kinderopvang en basisscholen. Daar bestaat geen blauwdruk voor. De lobby richting lokale en centrale overheid moet gaan over het invullen van randvoorwaarden zoals het harmoniseren van de huidige wetgeving. De huidige regelgeving staat innovatie enorm in de weg en het hokjesdenken is een sta-in-de-weg voor kinderopvang en onderwijs.

Een voorbeeld. Een gemeenschappelijk aanbod van kinderopvang en school voor peuters vanaf 3 jaar creëert een geleidelijke overgang naar school die afgestemd is op de verschillende ontwikkelingen van kinderen. Ook de SER pleit voor het ontschotten van voorzieningen. Scholen en kinderopvang hebben de kennis en de middelen om dit vorm te geven maar bij de huidige wetgeving is een dergelijk aanbod onmogelijk.

Het ministerie beaamt dit maar er wordt – behalve veel praten – helemaal niets aan gedaan omdat een geïntegreerd aanbod ‘een forse en dure stelselwijziging vereist’. Alweer winnen financiële en politieke argumenten het van de inhoudelijke. Wat rest is op lokaal niveau in overleg met de lokale gemeente de grenzen opzoeken en hopen dat het wettelijke kader en de tegengestelde belangen zich op een gegeven moment aanpassen aan de belangen van kinderen. Wij gaan niet langer afwachten want het Kind hoort-op-1 te staan.